“Er woonden eens drie beren in een huisje in het bos. Mama beer had lekkere berenpap gemaakt, maar jammer genoeg was die nog een beetje te warm en dus gingen de beren gaan wandelen. In het bos liep er ook een klein meisje met gouden krullen. Goudlokje was haar naam. Heel geniepig ging ze het huisje binnen van de drie beren en zag drie kommetjes berenpap op de tafel staan. Eentje was te koud, de andere te warm, maar de laatste was lekker en deze at ze helemaal leeg. Van al dat pap eten werd Goudlokje moe en dus ging ze rusten op de stoelen van de beren. Enkel de stoel van kleine beer was het leukst, tot ze de stoel kapot maakte. Goudlokje was nog steeds moe en ging rusten in het bed van kleine beer. Tot de beren thuis kwamen… Papa beer en mama beer waren BOOS en kleine beer was verdrietig… want zijn pap was op, zijn stoel stuk en er lag iemand in zijn bed te slapen. Goudlokje schrok van de drie beren en rende snel weg. De beren zagen haar nooit meer terug…”
FOEI GOUDLOKJE!